cover bewaarder gevangenWEB0311Omslag Bewaarder_edited-1De eerste roman Bewaarder gevangen schreef ik nadat ik tien jaar in een Huis van Bewaring had gewerkt. Daardoor was ik goed bekend en was het beschrijven van de dagelijkse gang van zaken niet moeilijk.

Ik laat hoofdpersoon Theo, een gevangenbewaarder, beide kanten van de celdeur beleven. Hij komt zelf achter de tralies. Ook wil hij eigen rechter spelen, wat hem niet lukt. Lees zelf hoe het hem en zijn geliefden vergaat.

Fragmenten

Met een knal smeet Rudy de zware celdeur achter zich dicht. De knal echode als een donderslag door de negentig cellen tellende vleugel. Collega’s op de ringen onder ons begonnen rustig maar beslist de rondlopende gedetineerden in te sluiten en wandelden kalm onze richting op. Als de bom zou ploffen, hadden zij de handen vrij om ons te assisteren.

Het mes, nog steeds in zijn linkerhand, hief hij op en liet hij neerkomen om mij te steken. Hij was razend, ik doodsbang. Met alle macht greep ik zijn linkerpols, terwijl het mes over mijn rechtersleutelbeen kraste. Daar, half verscholen onder het bot, zat een slagader, wist ik. Ik werd bang. Bang voor de dood. Die was erg dichtbij nu.

Toen ik zag dat alles in mijn cel kapot was, was het goed. Zittend op de rand van mijn bed keek ik naar mijn bloedende hand. Bewaarders met rubber handschoenen aan namen me mee naar de observatiecel. Daar was geen spiegel, geen meubilair en ook geen geluid van buitenaf. Daar mocht ik uitrusten. De verpleger verbond mijn wonden en de dokter gaf iets kalmerends. Iedereen was aardig en kwam vragen hoe het ging. Ook ’s nachts kwam de bewaarder door mijn celruitje kijken hoe het met me ging. Ik voelde me van lieverlede rustiger worden, en na twee dagen ging ik wat eten en zelfs luchten in de luchtkooi tegenover de observatiecel. De vier muren van de luchtkooi waren overdekt met tralies.